Spring naar inhoud

Toelichting op de balans per 31 december 2023

11.5 Toelichting op de balans per 31 december 2023

ACTIVA

1. Beleggingen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Vastgoedbeleggingen   995.671   1.137.622
Aandelen   2.549.986   2.261.248
Vastrentende waarden   5.142.920   5.038.151
Derivaten   46.191   53.407
Overige beleggingen   1.256.478   923.538
Totaal   9.991.246   9.413.966
(bedragen x € 1.000)   Vastgoed- beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2023   1.137.622   2.261.248   5.038.151   -1.409.897   923.538   7.950.662
Aankopen   13.968   506.518   2.493.377   64.082   1.689.265   4.767.210
Verkopen   -8.750   -633.128   -2.642.846   -67.349   -1.454.693   -4.806.766
Herwaardering   -147.169   415.348   254.238   177.882   29.152   729.451
Overige mutaties   0   0   0   0   69.215   69.215
Stand per 31 december 2023   995.671   2.549.986   5.142.920   -1.235.282   1.256.478   8.709.773
Schuldpositie derivaten (credit)                       1.281.473
Totaal                       9.991.246

Schattingen van de actuele waarde zijn een momentopname, gebaseerd op de marktomstandigheden en de beschikbare informatie over het financiële instrument. Deze schattingen zijn van nature subjectief en bevatten onzekerheden en een significante oordeelsvorming (bijvoorbeeld rentestand, volatiliteit, schatting van kasstromen, etc.) en kunnen derhalve niet met precisie worden vastgesteld.

In 2023 heeft de fondsbeheerder de structuur van een aantal beleggingsfondsen vereenvoudigd. Voor het pensioenfonds betekende dit dat beleggingen in bepaalde ‘feeder’ fondsen verkocht werden en dat voor dezelfde waarde werd belegd in het ‘master’ fonds. Het pensioenfonds behield daarmee dezelfde onderliggende beleggingen. De hier uit voortvloeiende transacties zijn in bovenstaande overzicht mee genomen als verkoop respectievelijk aankoop (voor Aandelen betrof dit € 120,9 miljoen, voor Vastrentende waarden € 1.246,2 miljoen).

In 2023 bedraagt de negatieve derivatenpositie € 1.281,5 miljoen (2022: € 1.463,3 miljoen).

In de 'overige beleggingen' worden de beleggingen in private equity en money market funds verantwoord. Daarnaast worden ook de beleggingsliquiditeiten onder 'overige beleggingen' verantwoord. De vorderingen en schulden inzake beleggingen en het onderpand op de derivaten zijn in 2022 en 2023 niet opgenomen onder de 'overige beleggingen' maar separaat opgenomen onder de vorderingen en overlopende activa en de overige schulden en overlopende passiva.

Het saldo onder overige mutaties in de categorie 'Overige beleggingen' heeft betrekking op de betalingen en ontvangsten van kasonderpand.

(bedragen x € 1.000)   Vastgoed-beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2022   969.275   4.406.925   6.356.777   37.142   962.285   12.732.404
Aankopen   228.057   865.645   480.435   -18.689   3.101.258   4.656.706
Verkopen   -143.194   -2.295.352   -955.963   277.002   -3.229.978   -6.347.485
Herwaardering   83.484   -715.970   -843.098   -1.705.352   54.263   -3.126.673
Overige mutaties   0   0   0   0   35.710   35.710
Stand per 31 december 2022   1.137.622   2.261.248   5.038.151   -1.409.897   923.538   7.950.662
Schuldpositie derivaten (credit)                       1.463.304
Totaal                       9.413.966

Vastgoedbeleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed   995.671   1.137.622
Totaal   995.671   1.137.622

De verkrijgingsprijs van vastgoed bedraagt per balansdatum in totaal € 850,9 miljoen (2022: € 854,9 miljoen). 

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Vesteda   75.179   7,6%   86.823   7,6%
Prologis Targeted US   67.337   6,8%   79.876   7,0%
Prologis European Logistics   63.128   6,3%   73.637   6,5%
Morgan Stanley Prime Property   68.696   6,9%   79.761   7,0%
CBRE Europe Logistics Partner   80.744   8,1%   92.544   8,1%
Totaal   355.084   35,7%   412.641   36,3%

Aandelen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen   2.549.986   2.261.248
Totaal   2.549.986   2.261.248

De verkrijgingsprijs van aandelen bedraagt per balansdatum in totaal € 1.861,7 miljoen (2022: € 1.807,9 miljoen). Er zijn geen aandelenposities met een belang groter dan 5% van de beleggingen in aandelen (2022: geen).

Het pensioenfonds belegt net als in 2022 niet in de werkgever KPN N.V. 

Vastrentende waarden

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Obligaties   703.161   617.560
Hypothekenfonds   2.089.510   2.099.921
Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden   2.350.249   2.320.670
Totaal   5.142.920   5.038.151

De verkrijgingsprijs van vastrentende waarden bedraagt per balansdatum in totaal € 5.026,5 miljoen (2022: 
€ 4.985,1 miljoen). Het pensioenfonds heeft geen vastrentende waarden uitgeleend (2022: geen).

De beleggingen onder "Hypothekenfonds" betreft de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund.

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Duitse staatsobligaties   730.952   14,2%   653.018   13,0%
Totaal   730.952   14,2%   653.018   13,0%

De waarde van de beleggingen in MM Dutch Mortgage Fund bedraagt € 2.089,5 miljoen en is meer dan 5% van het belegd vermogen. Echter, de uiteindelijke beleggingen zijn verspreid over een veelvoud van debiteuren.

Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Valutaderivaten   46.191   53.291
Overige derivaten   0   116
Totaal   46.191   53.407
         

In de bovenstaande weergave zijn vanaf 2022 alleen de positieve derivatenposities meegenomen in verband met het hoge saldo aan negatieve rentederivaten. De negatieve derivatenpositie staat aan de passiva zijde van de balans. Een toelichting inzake de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

Overige beleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Liquide middelen   144.467   76.402
Private equity   607.326   568.107
Money Market Funds   504.686   279.029
Totaal   1.256.478   923.538

De vorderingen en schulden inzake beleggingen worden separaat op de balans onder de vorderingen en overlopende activa en de overige schulden en overlopende passiva gepresenteerd.

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
Morgan Stanley Liquidity Fund   175.931   14,0%   167.112   18,1%
Fidelity Institutional Liquidity Fund PLC   165.355   13,2%   81.669   8,8%
BlackRock ICS Euro Liquidity Fund   163.400   13,0%   30.248   3,3%
Totaal   504.686   40,2%   279.029   30,2%

Schattingen eoordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.

Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bijvoorbeeld derivaten zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. 

In onderstaand overzicht is rekening gehouden met de vorderingen en schulden inzake beleggingen en de negatieve derivaten. Hierdoor komt de eindstand niet overeen met de eindstand op de balans en de toelichting op de balans. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

(bedragen x € 1.000)   Directe markt-noteringen   Afgeleide markt-noteringen   Waarderings-modellen   Overig   Totaal
                     
Vastgoedbeleggingen   0   20.421   975.251   0   995.671
Aandelen   0   2.549.986   0   0   2.549.986
Vastrentende waarden   703.161   2.350.249   2.089.510   0   5.142.920
Derivaten   0   -1.235.282   0   0   -1.235.282
Overige beleggingen   0   504.686   607.326   1.341.526   2.453.537
Stand per 31 december 2023   703.161   4.190.059   3.672.086   1.341.526   9.906.832
(bedragen x € 1.000)   Directe markt-noteringen   Afgeleide markt-noteringen   Waarderings-modellen   Overig   Totaal
                     
Vastgoedbeleggingen   0   21.344   1.116.278   0   1.137.622
Aandelen   0   2.261.248   0   0   2.261.248
Vastrentende waarden   617.560   2.320.670   2.099.921   0   5.038.151
Derivaten   -5.536   -1.404.361   0   0   -1.409.897
Overige beleggingen   0   279.029   568.107   1.545.876   2.393.012
Stand per 31 december 2022   612.023   3.477.930   3.784.306   1.545.876   9.420.135

2. Beleggingen voor risico deelnemers

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Vastgoedbeleggingen   60.238   55.086
Aandelen   542.146   495.781
Vastrentende waarden   581.301   514.031
Overige beleggingen   2.650   3.324
Totaal   1.186.335   1.068.222
(bedragen x € 1.000)   Vastgoed-beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Overige beleggingen   Totaal
                     
Stand per 1 januari 2023   55.086   495.781   514.031   3.324   1.068.222
Aankopen   10.089   60.281   460.017   1.103   531.490
Verkopen   -8.475   -112.571   -429.018   -1.856   -551.920
Herwaardering   3.538   98.655   36.271   79   138.543
Stand per 31 december 2023   60.238   542.146   581.301   2.650   1.186.335

In 2023 heeft de fondsbeheerder de structuur van een aantal beleggingsfondsen vereenvoudigd. Voor het pensioenfonds betekende dit dat beleggingen in bepaalde ‘feeder’ fondsen verkocht werden en dat voor dezelfde waarde werd belegd in het ‘master’ fonds. Het pensioenfonds behield daarmee dezelfde onderliggende beleggingen. De hier uit voortvloeiende transacties zijn in bovenstaande overzicht mee genomen als verkoop respectievelijk aankoop (voor Aandelen betrof dit € 21,5 miljoen, voor Vastrentende waarden € 373,6 miljoen). 

(bedragen x € 1.000)   Vastgoed-beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Overige beleggingen   Totaal
                     
Stand per 1 januari 2022   72.666   653.994   503.239   146.334   1.376.233
Aankopen   8.784   214.317   239.174   7.295   469.570
Verkopen   -11.014   -243.074   -91.015   -150.702   -495.805
Herwaardering   -15.350   -129.456   -137.367   397   -281.776
Stand per 31 december 2022   55.086   495.781   514.031   3.324   1.068.222

Vastgoedbeleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed   60.238   55.086
Totaal   60.238   55.086

De verkrijgingsprijs van vastgoed bedraagt per balansdatum in totaal € 57,8 miljoen (2022: € 56,2 miljoen).

Aandelen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen   542.146   495.781
Totaal   542.146   495.781

De verkrijgingsprijs van aandelen bedraagt per balansdatum in totaal € 395,2 miljoen (2022: € 421,5 miljoen).

Vastrentende waarden

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden   581.301   514.031
Totaal   581.301   514.031

De verkrijgingsprijs van vastrentende waarden bedraagt per balansdatum in totaal € 576,8 miljoen (2022: € 599,5 miljoen).

Overige beleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Beleggingsfondsen   2.650   3.324
Totaal   2.650   3.324

3. Herverzekeringsdeel technische voorziening

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Herverzekeringsdeel technische voorziening   597   651
Totaal   597   651

Deze voorziening heeft betrekking op de toekomstige inleg van arbeidsongeschikte deelnemers van KPN-Contact, zoals deze periodiek door de herverzekeraar aan het pensioenfonds wordt overgemaakt. Daarnaast bestaat deze voorziening uit ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van het voormalige Ondernemingspensioenfonds (OPF) KPN en Stichting Voorzieningsfonds Getronics (SVG).

4. Vorderingen en overlopende activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Vorderingen inzake beleggingen   1.197.059   1.484.170
Vorderingen op de werkgever   3.266   314
Vordering op de belastingdienst   174   122
Overige vorderingen en overlopende activa   206   92
Totaal   1.200.705   1.484.698

De vorderingen op de werkgever hebben betrekking op de voorlopige premieafrekening over het jaar 2023 (€ 2,8 miljoen), kosten pensioenregeling RvB over het jaar 2023 (€ 0,3 miljoen) en op een nog te ontvangen koopsom voor extra pensioenopbouw (€ 0,2 miljoen). 

De vorderingen inzake beleggingen betreffen kas onderpand en nog af te wikkelen transacties.

De vordering op de belastingdienst bestaat uit de terug te vorderen btw over het vierde kwartaal 2023.

De overige vorderingen en overlopende activa bestaan voornamelijk uit nog te ontvangen creditrente Q4 2023, de openstaande debiteuren en nog te ontvangen uitkeringen van Nationale Nederlanden over het jaar 2023.

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.

5. Overige activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Liquide middelen   8.350   5.252
Totaal   8.350   5.252

De tegoeden bij banken staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds. Pensioenfonds KPN heeft een Intraday limiet van € 10,5 miljoen bij zijn huisbankier.

PASSIVA

6. Stichtingskapitaal en reserves

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Stand per 1 januari   1.842.344   3.072.784
Bestemming saldo van baten en lasten boekjaar   201.738   -1.230.440
Stand per 31 december   2.044.082   1.842.344

Dekkingsgraden, vermogensposities en herstelplan

    31-12-2023   31-12-2022
         
Actuele dekkingsgraad   122,8%   121,5%
Reële dekkingsgraad   96,2%   101,9%
Beleidsdekkingsgraad   123,7%   128,9%

Bij het berekenen van de reële dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt ten behoeve van deze berekening de voorziening pensioenverplichtingen herrekend, rekenend houdend met de verwachte prijsinflatie. Doordat het premiedepot is opgenomen onder de langlopende schulden, wordt deze niet meegeteld in de bepaling van de dekkingsgraad. De reële dekkingsgraad is gelijk aan de beleidsdekkingsgraad gedeeld door de beleidsdekkingsgraad die is vereist voor de volledige toeslagverlening op basis van prijsinflatie. Op basis van deze definitie komt de reële dekkingsgraad ultimo 2023 uit op 96,2% (2022: 101,9%).

Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaardmodel. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen onder de paragraaf 'Risicobeheer'.

Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen op 31 december:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Stichtingskapitaal en reserves   2.044.082   1.842.344
Minimaal vereist eigen vermogen   329.676   313.066
Vereist eigen vermogen   1.480.695   1.446.705

De vermogenspositie van het pensioenfonds kan ultimo 2023 gekarakteriseerd worden als een situatie met een toereikende solvabiliteit omdat de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen.

Herstelplan
Per 30 juni 2021 was de beleidsdekkingsgraad hoger dan de vereiste dekkingsgraad. Hiermee was het pensioenfonds per deze datum uit herstel. Omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2023 (123,7%) ook hoger is dan de vereiste dekkingsgraad (116,5%), hoeft het pensioenfonds geen actualisatie van het herstelplan in te dienen in 2024, omdat de verplichting per 30 juni 2021 al was vervallen.

Op grond van het financieel toetsingskader, moet een pensioenfonds jaarlijks een haalbaarheidstoets uitvoeren. Daarnaast moet het pensioenfonds laten zien dat het afgesproken premiebeleid reëel en haalbaar is, alsook dat het pensioenfonds een voldoende herstelkracht heeft vanuit het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen.

Het bestuur heeft de uitslag van de haalbaarheidstoets 2023 besproken en is van mening dat alle uitslagen binnen de grenzen vallen van de risicohouding zoals die in november 2018 is vastgesteld in overleg met de sociale partners.

Het bestuur heeft vastgesteld dat de uitslag in worst case scenario (29,4%) versus beleidsgrens van 35,0% in worst case scenario geen aanleiding is om de risicohouding zoals in overleg met de sociale partners is vastgelegd, te wijzigen.

Statutaire regelingen omtrent de bestemming vahesaldo vabaten elasten
Er zijn geen statutaire bepalingen betreffende de bestemming van het resultaat. Het saldo van de staat van baten en lasten is toegevoegd aan de algemene reserve.

7. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds   7.777.406   7.477.591
Herverzekeringsdeel technische voorziening   597   651
Totaal   7.778.003   7.478.242

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Stand per 1 januari   7.477.591   9.473.665
Pensioenopbouw   69.392   108.473
Toeslagverlening   160   770.947
Rentetoevoeging   240.072   -45.473
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -318.987   -288.608
Wijziging marktrente   277.009   -2.625.195
Wijziging actuariële grondslagen   462   53.332
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten   -3.830   -11.156
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   35.537   41.606
Stand per 31 december   7.777.406   7.477.591

Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling.

Toeslagverlening
De toeslagverlening voor deelnemers, pensioengerechtigden en gewezen deelnemers wordt gebaseerd op het afgeleide consumentenprijsindexcijfer (periode september - september). Bij een beleidsdekkingsgraad tussen 110% en de grens die nodig is voor toekomstbestendige toeslagverlening (in 2023 128,6%) kan een evenredige toeslag worden toegekend aan de actieve deelnemers. De evenredige toeslag wordt berekend op basis van de beleidsdekkingsgraad.

Voor de pensioengerechtigden en de gewezen deelnemers wordt de toeslag berekend aan de hand van het aanwezige vermogen boven de grens van 110%. De aldus bepaalde toeslag is hoger dan de evenredig berekende toeslag.

Het bestuur heeft op basis van de financiële positie en het toeslagbeleid besloten per 1 januari 2024 geen toeslag te verlenen voor zowel de actieve deelnemers als voor de pensioengerechtigden en gewezen deelnemers.

Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 3,264% (2022: -0,486%), op basis van de 1-jaarsrente van de RTS- curve aan het begin van het verslagjaar, wat overeenkomt met een bedrag van € 240,1 miljoen.

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de pensioenen van de verslagperiode.

Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de kosten van de verslagperiode.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur.

De gemiddelde marktrente is per 31 december 2023 2,36% (2022: 2,66%) en daarmee 0,3%-punt lager dan per 31 december 2022. Als gevolg van deze daling van de marktrente is € 277,0 miljoen toegevoegd aan de voorziening pensioenverplichtingen. 

Wijziging actuariële grondslagen
De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

In 2023 is de opslag wezenpensioen die bij de voorziening van latent partnerpensioen van nog niet gepensioneerde deelnemers wordt toegepast verhoogd van 0,6% naar 0,7%. Dit heeft een verhogend effect op de voorziening pensioenverplichtingen van € 0,5 miljoen en een een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,01%-punt.

Wijziging uit hoofde overdracht van rechten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Toevoeging aan de technische voorziening   5.973   5.728
Onttrekking aan de technische voorziening   -9.803   -16.884
Totaal   -3.830   -11.156

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Resultaat op kanssystemen:        
- Sterfte   -6.635   -7.138
- Arbeidsongeschiktheid   -4.145   -1.779
- Mutaties   47.027   51.926
Overige technische grondslagen   -710   -1.403
Totaal   35.537   41.606

Het resultaat op sterfte is in 2023, net als in 2022, relatief hoog. Deelnemers leefden korter dan verwacht.

De 'mutaties' bestaan voornamelijk uit de omzetting van DC naar DB als gevolg van uitdiensttredingen en pensioneren. In de overige technische grondslagen is onder andere de waarde van de garantie voor de 0%-garantieregeling verwerkt. De mutatie van de 0%-garantieregeling betreft in 2023 een afname van € 0,4 miljoen.

De voorziening voor pensioenverplichtingen, exclusief het herverzekerde deel van de technische voorziening en de overige technische voorziening is naar categorieën ultimo 2023 als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023       31-12-2022    
                 
    Voorziening   Aantallen   Voorziening   Aantallen
                 
Actieven   1.369.754   11.055   1.314.404   10.656
Gewezen deelnemers   2.391.035   36.511   2.385.569   39.003
Pensioengerechtigden   4.016.617   23.926   3.777.618   23.243
Totaal   7.777.406   71.492   7.477.591   72.902

Korte beschrijving pensioenregeling
De pensioenregeling betreft een gecombineerde regeling. Tot het salarisdeel van € 45.378 betreft het een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling (artikel 10 Pensioenwet: uitkeringsovereenkomst) en vanaf € 45.378 betreft het een beschikbare-premieregeling (artikel 10 Pensioenwet: premieovereenkomst).

De pensioenleeftijd bedraagt 68 jaar, uitstel en vervroeging is mogelijk en er is geen sprake van een toetredingsleeftijd.

Jaarlijks wordt in de middelloonregeling een aanspraak op ouderdomspensioen opgebouwd van 1,875% van de in dat jaar geldende pensioengrondslag. Het pensioengevend salaris betreft het vaste maandsalaris, verhoogd met 75% van het cao-budget. Daarnaast zijn bepaalde variabele en vaste salariscomponenten pensioengevend. De franchise bedraagt voor 2023 € 16.322 en met ingang van 2023 is er sprake van een maximum pensioengevend salaris van € 128.810.

De beschikbare-premieregeling heeft een leeftijdsafhankelijke staffel. Het saldo wordt voor (gewezen) deelnemers omgezet op de pensioendatum tegen de dan geldende omzettingsfactoren. Het bestuur is bevoegd om deze omzettingsfactoren aan te passen. De inkooptarieven voor de BPR- en de IPS-regeling worden vastgesteld op de maandelijks gepubliceerde rentetermijnstructuur.

Er is sprake van een recht op nabestaanden- en wezenpensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Jaarlijks beslist het bestuur van het pensioenfonds de mate waarin over de opgebouwde aanspraken toeslag wordt verleend.

Toeslagverlening
De toeslagen op pensioenrechten en pensioenaanspraken worden jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het pensioenfonds. Er bestaat een ambitie om jaarlijks de pensioenrechten en pensioenaanspraken aan te passen. De daadwerkelijke toeslag in een jaar is voorwaardelijk en is afhankelijk van de hoogte van de beschikbare middelen. De toeslag bedraagt maximaal de stijging van de consumentenprijsindex (cpi) voor alle bestedingen (afgeleid) over de periode september-september, zoals vastgesteld door het CBS.

Er is geen recht op toekomstige toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst wordt geïndexeerd. Het pensioenfonds heeft geen geld gereserveerd voor toekomstige toeslagen. Toeslagen zijn afhankelijk van de middelen van het pensioenfonds, en daarvoor zijn beleggingsresultaten een belangrijk element.

Het bestuur heeft op basis van de financiële positie en het toeslagbeleid besloten per 1 januari 2024 geen toeslag te verlenen aan zowel de actieve deelnemers als aan de pensioengerechtigden en gewezen deelnemers.

Inhaaltoeslagen
Onder bepaalde omstandigheden kunnen inhaaltoeslagen worden toegekend. Inhaaltoeslagen zijn toeslagen die worden toegezegd, voor zover in het verleden niet voor 100% is geïndexeerd. Om inhaaltoeslagen te kunnen toekennen is een hoge dekkingsgraad vereist. Het bestuur van het pensioenfonds geeft in zijn jaarrekening elk jaar een specificatie van het verschil tussen de volledige en de werkelijk toegekende toeslagen.

De percentages uit het verleden van het pensioenfonds en ondernemingspensioenfonds KPN zijn naar rato samengevoegd opgenomen.

Actieve deelnemers   Volledige
toeslag-
verlening
  Toegekende
toeslagen
  Verschil   Cumulatief
verschil (t.o.v.
ambitie)
                 
2014   1,08%   0,34%   0,74%   9,05%
2015   0,57%   0,38%   0,19%   9,26%
2016   0,39%   0,00%   0,39%   9,69%
2017   -0,01%   0,00%   -0,01%   9,68%
2018   1,47%   0,74%   0,73%   10,48%
2019   1,47%   1,11%   0,36%   10,87%
2020   1,64%   0,41%   1,23%   12,24%
2021   0,99%   0,11%   0,88%   13,23%
2022   2,57%   2,57%   0,00%   13,23%
2023   17,16%   10,50%   6,66%   20,77%
2024   -1,39%   0,00%   -1,39%   19,09%
Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden   Volledige
toeslag-
verlening
  Toegekende
toeslagen
  Verschil   Cumulatief
verschil (t.o.v.
ambitie)
                 
2014   1,33%   0,42%   0,91%   9,78%
2015   0,82%   0,55%   0,27%   10,08%
2016   0,64%   0,00%   0,64%   10,78%
2017   -0,01%   0,00%   -0,01%   10,77%
2018   1,47%   0,81%   0,66%   11,50%
2019   1,47%   1,16%   0,31%   11,85%
2020   1,64%   0,48%   1,16%   13,14%
2021   0,99%   0,13%   0,86%   14,11%
2022   2,57%   2,57%   0,00%   14,11%
2023   17,16%   11,82%   5,34%   20,20%
2024   -1,39%   0,00%   -1,39%   18,53%

Het toeslagpercentage is bepaald over het lopende boekjaar en gaat in per 1 januari van het daaropvolgende jaar.

Uitgaande van de financiële positie van het pensioenfonds per 30 september 2023 kon per 1 jauari 2024 een gedeeltelijke toeslag worden toegekend. Doordat de stijging van de CPI over de periode september 2022 tot september 2023 negatief (-1,39%) is uitgekomen betekent dit in de praktijk dat conform het vastgestelde toeslagbeleid per 1 januari 2024 geen toeslag is toegekend aan zowel de actieven als de pensioengerechtigden en gewezen deelnemers.

Mutatie overzicht herverzekeringsdeel technische voorziening

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Stand per 1 januari   651   806
Overige actuariële wijzigingen   -54   -155
Stand per 31 december   597   651

Het toeslagpercentage is bepaald over het lopende boekjaar en gaat in per 1 januari van het daaropvolgende jaar. 

Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Het pensioenfonds heeft herverzekeringscontracten afgesloten met betrekking tot het risico van arbeidsongeschiktheid. De mutatie van het herverzekeringsdeel technische voorzieningen wordt hieronder toegelicht.

De herverzekerde voorziening bestaat uit 2 onderdelen:

  • het herverzekerde risico van huidige arbeidsongeschikte deelnemers van voormalige KPN Contact, ter grootte van circa € 0,5 miljoen;
  • de contante waarde van ingegane en herverzekerde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van één deelnemer van het voormalige OPF en twee deelnemers vanuit de CWO van SVG, ter grootte van € 0,1 miljoen.

8. Overige technische voorzieningen

Voorziening voor arbeidsongeschiktheid

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Stand per 1 januari   12.578   14.161
Overige actuariële wijzigingen   733   -1.583
Stand per 31 december   13.311   12.578

Deze voorziening betreft de voorziening voor ingegane ziektegevallen. De voorziening heeft overwegend een langlopend karakter. De voorziening voor arbeidsongeschiktheid is gelijk aan twee keer de risicopremie uit de premiestelling van het komende jaar. 

De pensioenregeling voor risico deelnemers is een beschikbare-premieregeling (premieovereenkomst). De regeling is bedoeld voor deelnemers met een salaris boven de BPR-grens.

De premie is gebaseerd op een leeftijdsafhankelijke premiestaffel en wordt jaarlijks ingelegd in de door vermogensbeheerder Aegon AM uitgevoerde regeling. Het pensioenfonds ontvangt jaarlijks de premie van de werkgever en maakt deze over aan de vermogensbeheerder. De deelnemer betaalt geen aankoop en/of verkoopkosten. De kosten van beleggen (total expense ratio) worden direct verrekend in het rendement. Deze beleggingskosten zijn afhankelijk van het depot waarin wordt belegd.

De hoogte van de beleggingsrendementen (en daarmee het te bereiken eindkapitaal) is naast de premie afhankelijk van het door de deelnemer geselecteerde beleggingsprofiel en de binnen dit profiel aangekochte beleggingen. Het uiteindelijk te bereiken kapitaal is hiermee onzeker en volledig voor risico van de deelnemer.

Per 1 september 2016 is de Wet Verbeterde Premieregeling (WVP) in werking getreden. Dit betekent dat een deelnemer aan een beschikbare premieregeling, die op of na 1 september 2016 met pensioen gaat, mag kiezen voor een variabele uitkering.

Het pensioenfonds biedt per 1 januari 2019 de mogelijkheid om een variabele pensioenuitkering in te kopen. Dit betekent ook dat vanaf 1 januari 2019 de deelnemer geen mogelijkheid meer heeft om met het opgebouwde BPR- kapitaal te shoppen buiten het pensioenfonds.

De deelnemers die vanaf 1 januari 2019 met pensioen gaan (en een BPR/IPS-kapitaal hebben) krijgen de keuze voorgelegd om op de pensioendatum te kiezen tussen een stabiele of een variabele uitkering.

Tussentijds opnemen van het kapitaal anders dan door middel van een waardeoverdracht is niet mogelijk.

Ultimo 2023 bedraagt de waarde van de WVP-regeling € 37 miljoen.

9. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemer

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Stand per 1 januari   1.068.222   1.376.233
Inleg en stortingen   30.089   26.621
Uitkeringen en onttrekkingen   -51.342   -52.643
Beleggingsresultaten risico deelnemers   139.366   -281.989
Stand per 31 december   1.186.335   1.068.222

De "uitkeringen en onttrekkingen" bestaan voornamelijk uit de omzetting van DC naar DB als gevolg van uitdiensttredingen en pensioneren.

10. Langlopende schulden

Premiedepot

(bedragen x € 1.000)   2023   2022
         
Stand per 1 januari   82.524   110.399
Totaal toegevoegde premie   110.236   104.254
Rendement in boekjaar   4.441   -11.618
    197.201   203.035
Gedempte kostendekkende premie t.b.v. het resultaat   -125.516   -118.363
Onttrekking t.b.v. solvabiliteitsopslag pensionering   -1.921   0
Nog te verrekenen met premiedepot   -979   -224
Nog te verrekenen met premiedepot (t.b.v. solvabiliteitsopslag pensionering)   783   -1.924
Stand per 31 december   69.568   82.524

De totale premie die door de werkgevers in 2023 is gestort in het premiedepot bedraagt € 110,2 miljoen. De gedempte kostendekkende premie is uit het premiedepot onttrokken. In de totale premie is ook een bedrag opgenomen aan voorlopige afrekening 2023. Het deel van dit bedrag dat toegerekend moet worden aan het premiedepot wordt bepaald op basis van de gedempte kostendekkende premie. Op het moment dat deze definitief is bepaald, vindt nog een afrekening plaats.

In 2023 is een bedrag van € 1.921 onttrokken t.b.v. de financiering van de inkoop van de solvabiliteitsopslag van KPN-deelnemers bij de omzetting van DC-saldi bij pensioneren. De voorlopige afrekening voor dit onderdeel betreft een afstorting en wordt in 2024 verwerkt. 

11. Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Derivaten   1.281.473   1.463.304
Totaal   1.281.473   1.463.304

Een uitgebreide toelichting inzake de derivatenpositie is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

12. Overige schulden en overlopende passiva

(bedragen x € 1.000)   31-12-2023   31-12-2022
         
Belastingen en premie sociale verzekeringen   6.013   5.204
Schulden inzake beleggingen   0   14.696
Vooruitontvangen posten   23   23
Overige schulden en overlopende passiva   8.425   5.652
Totaal   14.461   25.575

De post 'Belastingen en premie sociale verzekeringen' betreft de nog af te dragen loonheffing, die maandelijks achteraf overgemaakt wordt naar de belastingdienst.

De vooruitontvangen posten bestaan uit een vooruit ontvangen uitkering herverzekering van 1 deelnemer.

De overige schulden en overlopende passiva bestaan voornamelijk uit de overlopende kosten over het boekjaar 2023 van € 3,2 miljoen, de openstaande crediteuren van € 3,5 miljoen, de schuld inzake niet opgevraagd pensioen van € 1,2 miljoen en de schuld inzake afkoop klein pensioen van € 0,4 miljoen. De openstaande crediteuren hebben voornamelijk betrekking op kosten Aegon AM (€ 2,6 miljoen), heffing 2023 van DNB (€ 0,6 miljoen), bestuurskosten (€ 0,2 miljoen) en advieskosten (€ 0,1 miljoen).

Alle schulden hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.

Versie:
v6.2.32

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report