Spring naar inhoud

Toelichting op de balans per 31 december 2022

11.5 Toelichting op de balans per 31 december 2022

ACTIVA

1. Beleggingen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Vastgoedbeleggingen   1.137.622   969.275
Aandelen   2.261.248   4.406.925
Vastrentende waarden   5.038.151   6.356.777
Derivaten   53.407   269.429
Overige beleggingen   644.509   501.422
Totaal   9.134.937   12.503.828
(bedragen x € 1.000)   Vastgoed- beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2022   969.275   4.406.925   6.356.777   37.142   501.422   12.271.541
Aankopen   228.057   865.645   480.435   -18.689   94.856   1.650.304
Verkopen   -143.194   -2.295.352   -955.963   277.002   -41.727   -3.159.234
Herwaardering   83.484   -715.970   -843.098   -1.705.352   54.263   -3.126.673
Overige mutaties   0   0   0   0   35.695   35.695
Stand per 31 december 2022   1.137.622   2.261.248   5.038.151   -1.409.897   644.509   7.671.633
Schuldpositie derivaten (credit)                       1.463.304
Totaal                       9.134.937

Schattingen van de actuele waarde zijn een momentopname, gebaseerd op de marktomstandigheden en de beschikbare informatie over het financiële instrument. Deze schattingen zijn van nature subjectief en bevatten onzekerheden en een significante oordeelsvorming (bijvoorbeeld rentestand, volatiliteit, schatting van kasstromen, etc.) en kunnen derhalve niet met precisie worden vastgesteld.

In 2022 bedraagt de negatieve derivatenpositie € 1.463,3 miljoen (2021: € 232,3 miljoen).

In de 'overige beleggingen' worden de beleggingen in private equity verantwoord. Daarnaast worden ook de beleggingsliquiditeiten onder 'overige beleggingen' verantwoord. De vorderingen en schulden inzake beleggingen zijn in 2021 en 2022 niet opgenomen onder de 'overige beleggingen' maar separaat opgenomen onder de vorderingen en overlopende activa en de overige schulden en overlopende passiva.

Het saldo onder overige mutaties in de categorie 'Overige beleggingen' heeft betrekking op de betalingen en ontvangsten van kasonderpand.

(bedragen x € 1.000)   Vastgoed-beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2021   827.883   4.030.155   6.098.763   509.684   361.555   11.828.040
Aankopen   60.293   121.147   671.237   -48   104.090   956.719
Verkopen   -36.731   -697.732   -600.995   117.535   -47.438   -1.265.361
Herwaardering   117.830   953.355   187.772   -590.029   122.378   791.306
Overige mutaties   0   0   0   0   -39.163   -39.163
Stand per 31 december 2021   969.275   4.406.925   6.356.777   37.142   501.422   12.271.541
Schuldpositie derivaten (credit)                       232.287
Totaal                       12.503.828

Vastgoedbeleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed   1.137.622   969.275
Totaal   1.137.622   969.275

De verkrijgingsprijs van vastgoed bedraagt per balansdatum in totaal € 854,9 miljoen (2021: € 789,3 miljoen). 

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Vesteda   86.823   7,6%   86.204   8,9%
Prologis Targeted US   79.876   7,0%   56.966   5,9%
Prologis European Logistics   73.637   6,5%   63.845   6,6%
Morgan Stanley Prime Property   79.761   7,0%   59.456   6,1%
Bouwinvest Dutch Residential   0   0,0%   49.765   5,1%
CBRE Europe Logistics Partner   92.544   8,1%   0   0,0%
Totaal   412.641   36,3%   316.236   32,6%

Aandelen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen   2.261.248   4.406.925
Totaal   2.261.248   4.406.925

De verkrijgingsprijs van aandelen bedraagt per balansdatum in totaal € 1.807,9 miljoen (2021: € 2.465,7 miljoen). Er zijn geen aandelenposities met een belang groter dan 5% van de beleggingen in aandelen (2021: geen).

Het pensioenfonds belegt net als in 2021 niet in de werkgever KPN N.V. 

Vastrentende waarden

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Obligaties   617.560   691.225
Hypothekenfonds   2.099.921   2.734.965
Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden   2.320.670   2.930.587
Totaal   5.038.151   6.356.777

De verkrijgingsprijs van vastrentende waarden bedraagt per balansdatum in totaal € 4.985,1 miljoen (2021: € 5.432,3 miljoen). Het pensioenfonds heeft geen vastrentende waarden uitgeleend (2021: geen).

De beleggingen onder "Hypothekenfonds" betreft de belegging in het MM Dutch Mortgage Fund.

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
Duitse staatsobligaties   653.018   13,0%   709.350   11,2%
Totaal   653.018   13,0%   709.350   11,2%

De waarde van de beleggingen in MM Dutch Mortgage Fund bedraagt € 2.099,9 miljoen en is meer dan 5% van het belegd vermogen. Echter, de uiteindelijke beleggingen zijn verspreid over een veelvoud van debiteuren.

Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Valutaderivaten   53.291   6.803
Rente derivaten   0   262.626
Overige derivaten   116   0
Totaal   53.407   269.429

In de bovenstaande weergave zijn vanaf 2022 alleen de positieve derivatenposities meegenomen in verband met het hoge saldo aan negatieve rentederivaten. Voor de vergelijkbaarheid zijn de cijfers van 2021 ook gewijzigd naar alleen de positieve derivatenpositie. De negatieve derivatenpositie staat aan de passiva zijde van de balans. Een toelichting inzake de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

Overige beleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Liquide middelen   76.402   38.879
Private equity   568.107   462.543
Totaal   644.509   501.422

De vorderingen en schulden inzake beleggingen worden separaat op de balans onder de vorderingen en overlopende activa en de overige schulden en overlopende passiva gepresenteerd.

Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.

Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bijvoorbeeld derivaten zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. 

In onderstaand overzicht is rekening gehouden met de vorderingen en schulden inzake beleggingen en de negatieve derivaten. Hierdoor komt de eindstand niet overeen met de eindstand op de balans en de toelichting op de balans. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

(bedragen x € 1.000)   Directe markt-noteringen   Afgeleide markt-noteringen   Waarderings-modellen   Overig   Totaal
                     
Vastgoedbeleggingen   0   21.344   1.116.278   0   1.137.622
Aandelen   0   2.261.248   0   0   2.261.248
Vastrentende waarden   617.560   2.320.670   2.099.921   0   5.038.151
Derivaten   -5.536   -1.404.361   0   0   -1.409.897
Overige beleggingen   0   279.029   568.107   1.545.876   2.393.012
Stand per 31 december 2022   612.023   3.477.930   3.784.306   1.545.876   9.420.135
(bedragen x € 1.000)   Directe markt-noteringen   Afgeleide markt-noteringen   Waarderings-modellen   Overig   Totaal
                     
Vastgoedbeleggingen   0   133.806   835.469   0   969.275
Aandelen   0   4.406.925   0   0   4.406.925
Vastrentende waarden   691.225   2.930.587   2.734.965   0   6.356.777
Derivaten   0   37.142   0   0   37.142
Overige beleggingen   0   460.864   462.543   -21.936   901.471
Stand per 31 december 2021   691.225   7.969.324   4.032.977   -21.936   12.671.590

2. Beleggingen voor risico deelnemers

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Vastgoedbeleggingen   55.086   72.666
Aandelen   495.781   653.994
Vastrentende waarden   514.031   503.239
Overige beleggingen   3.324   146.334
Totaal   1.068.222   1.376.233
         
(bedragen x € 1.000)   Vastgoed-beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Overige beleggingen   Totaal
                     
Stand per 1 januari 2022   72.666   653.994   503.239   146.334   1.376.233
Aankopen   8.784   214.317   239.174   7.295   469.570
Verkopen   -11.014   -243.074   -91.015   -150.702   -495.805
Herwaardering   -15.350   -129.456   -137.367   397   -281.776
Stand per 31 december 2022   55.086   495.781   514.031   3.324   1.068.222
(bedragen x € 1.000)   Vastgoed-beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Overige beleggingen   Totaal
                     
Stand per 1 januari 2021   67.038   603.344   459.251   134.806   1.264.439
Aankopen   3.449   33.933   92.241   9.959   139.582
Verkopen   -15.557   -113.248   -37.419   0   -166.224
Herwaardering   17.736   129.965   -10.834   1.569   138.436
Stand per 31 december 2021   72.666   653.994   503.239   146.334   1.376.233

Vastgoedbeleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed   55.086   72.666
Totaal   55.086   72.666

De verkrijgingsprijs van vastgoed bedraagt per balansdatum in totaal € 56,2 miljoen (2021: € 56,8 miljoen).

Aandelen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen   495.781   653.994
Totaal   495.781   653.994

De verkrijgingsprijs van aandelen bedraagt per balansdatum in totaal € 421,5 miljoen (2021: € 389,9 miljoen).

Vastrentende waarden

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden   514.031   503.239
Totaal   514.031   503.239

De verkrijgingsprijs van vastrentende waarden bedraagt per balansdatum in totaal € 599,5 miljoen (2021: € 456,6 miljoen).

Overige beleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Liquide middelen   0   142.878
Beleggingsfondsen   3.324   3.456
Totaal   3.324   146.334

3. Herverzekeringsdeel technische voorziening

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Herverzekeringsdeel technische voorziening   651   806
Totaal   651   806

Deze voorziening heeft betrekking op de toekomstige inleg van arbeidsongeschikte deelnemers van KPN-Contact, zoals deze periodiek door de herverzekeraar aan het pensioenfonds wordt overgemaakt. Daarnaast bestaat deze voorziening uit ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van het voormalige Ondernemingspensioenfonds (OPF) KPN en Stichting Voorzieningsfonds Getronics (SVG).

4. Vorderingen en overlopende activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Vorderingen inzake beleggingen   1.763.199   462.744
Vorderingen op de werkgever   314   17
Vordering op de belastingdienst   122   153
Overige vorderingen en overlopende activa   92   651
Totaal   1.763.727   463.565

De vordering op de werkgever heeft betrekking op de voorlopige premieafrekening over het jaar 2022 en op een nog te ontvangen koopsom voor extra pensioenopbouw. Vorig jaar bestonden de vorderingen op de werkgever alleen uit een nog te ontvangen koopsom voor extra pensioenopbouw. In 2021 was de premieafrekening een schuld aan de werkgever.

De vorderingen inzake beleggingen betreffen nog af te wikkelen transacties.

De vordering op de belastingdienst bestaat uit de terug te vorderen btw over het vierde kwartaal 2022.

De overige vorderingen en overlopende activa bestaan uit de openstaande debiteuren en nog te ontvangen uitkeringen van Nationale Nederlanden over het jaar 2022. 

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.

5. Overige activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Liquide middelen   5.252   6.985
Totaal   5.252   6.985

De tegoeden bij banken staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds. Pensioenfonds KPN heeft een Intraday limiet van € 10,5 miljoen bij zijn huisbankier.

PASSIVA

6. Stichtingskapitaal en reserves

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Stand per 1 januari   3.072.784   1.830.128
Bestemming saldo van baten en lasten boekjaar   -1.230.440   1.242.656
Stand per 31 december   1.842.344   3.072.784

Dekkingsgraden, vermogensposities en herstelplan

    31-12-2022   31-12-2021
         
Actuele dekkingsgraad   121,5%   128,3%
Reële dekkingsgraad   101,9%   104,5%
Beleidsdekkingsgraad   128,9%   125,3%

Bij het berekenen van de reële dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt ten behoeve van deze berekening de voorziening pensioenverplichtingen herrekend rekening houdend met de verwachte prijsinflatie. Doordat het premiedepot is opgenomen onder de langlopende schulden, wordt deze niet meegeteld in de bepaling van de dekkingsgraad. De reële dekkingsgraad is gelijk aan de beleidsdekkingsgraad gedeeld door de beleidsdekkingsgraad die is vereist voor de volledige toeslagverlening op basis van prijsinflatie. Op basis van deze definitie komt de reële dekkingsgraad ultimo 2022 uit op 101,9% (2021: 104,5%).

Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaardmodel. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen onder de paragraaf 'Risicobeheer'.

Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen op 31 december:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Stichtingskapitaal en reserves   1.842.344   3.072.784
Minimaal vereist eigen vermogen   313.066   398.813
Vereist eigen vermogen   1.446.705   1.717.517

De vermogenspositie van het pensioenfonds kan ultimo 2022 gekarakteriseerd worden als een situatie met een toereikende solvabiliteit omdat de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen.

Herstelplan
Per 30 juni 2021 was de beleidsdekkingsgraad hoger dan de vereiste dekkingsgraad. Hiermee was het pensioenfonds per deze datum uit herstel. Omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2022 (128,9%) ook hoger is dan de vereiste dekkingsgraad (116,9%), hoeft het pensioenfonds geen actualisatie van het herstelplan in te dienen in 2023 omdat de verplichting per 30 juni 2021 al was vervallen.

Op grond van het financieel toetsingskader, moet een pensioenfonds jaarlijks een haalbaarheidstoets uitvoeren. Daarnaast moet het pensioenfonds laten zien dat het afgesproken premiebeleid reëel en haalbaar is, alsook dat het pensioenfonds een voldoende herstelkracht heeft vanuit het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen.

Het bestuur heeft de uitslag van de haalbaarheidstoets 2022 besproken en is van mening dat alle uitslagen binnen de grenzen vallen van de risicohouding zoals die in november 2018 is vastgesteld in overleg met de sociale partners.

Het bestuur heeft vastgesteld dat de uitslag in worst case scenario (17,7%) versus beleidsgrens van 35,0% in worst case scenario geen aanleiding is om de risicohouding zoals in overleg met de sociale partners is vastgelegd, te wijzigen.

Statutaire regelingen omtrent de bestemming van het saldo van baten en lasten
Er zijn geen statutaire bepalingen betreffende de bestemming van het resultaat. Het saldo van de staat van baten en lasten is toegevoegd aan de algemene reserve.

7. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds   7.477.591   9.473.665
Herverzekeringsdeel technische voorziening   651   806
Totaal   7.478.242   9.474.471

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Stand per 1 januari   9.473.665   9.964.545
Pensioenopbouw   108.473   126.828
Toeslagverlening   770.947   297.643
Rentetoevoeging   -45.473   -52.662
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -288.608   -256.225
Wijziging marktrente   -2.625.195   -640.823
Wijziging actuariële grondslagen   53.332   0
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten   -11.156   -541
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   41.606   34.900
Stand per 31 december   7.477.591   9.473.665

Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling.

Toeslagverlening
De toeslagverlening voor deelnemers, pensioengerechtigden en gewezen deelnemers wordt gebaseerd op het afgeleide consumentenprijsindexcijfer (periode september - september). Bij een beleidsdekkingsgraad tussen 110% en de grens die nodig is voor toekomstbestendige toeslagverlening (in 2022 126,4%) kan een evenredige toeslag worden toegekend aan de actieve deelnemers. De evenredige toeslag wordt berekend op basis van de beleidsdekkingsgraad.

Voor de pensioengerechtigden en de gewezen deelnemers wordt de toeslag berekend aan de hand van het aanwezige vermogen boven de grens van 110%. De aldus bepaalde toeslag is hoger dan de evenredig berekende toeslag.

Het bestuur heeft op basis van de financiële positie en het toeslagbeleid besloten per 1 januari 2023 een gedeeltelijke toeslag te verlenen van 10,50% voor de actieve deelnemers en 11,82% voor de pensioengerechtigden en de gewezen deelnemers. De reguliere toeslag bedraagt in totaal € 770,9 miljoen en dit bedrag is toegevoegd aan de voorziening pensioenverplichtingen.

Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met -0,486% (2021: -0,533%), op basis van de 1-jaarsrente van de RTS- curve aan het begin van het verslagjaar, wat overeenkomt met een bedrag van - € 45,5 miljoen.

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de pensioenen van de verslagperiode.

Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de kosten van de verslagperiode.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur.

De gemiddelde marktrente is per 31 december 2022 2,66% (2021: 0,54%) en daarmee 2,12%-punt hoger dan per 31 december 2021. Als gevolg van deze stijging van de marktrente is € 2.630,5 miljoen onttrokken aan de voorziening pensioenverplichtingen. Het resultaat als gevolg van de nieuwe UFR-methodiek is ook meegenomen onder wijziging marktrente en hierdoor is een bedrag van € 5,3 miljoen toegevoegd aan de voorziening pensioenverplichtingen. Per saldo is een bedrag van € 2.625,2 miljoen onttrokken aan de voorziening pensioenverplichtingen.

Wijziging actuariële grondslagen
De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

In 2022 heeft het Actuarieel Genootschap nieuwe sterfteveronderstellingen gepubliceerd (AG prognosetafel). Het bestuur heeft besloten de pensioenverplichtingen te waarderen met toepassing van deze veronderstellingen. De impact van de wijziging betekent een verhoging van de technische voorziening met € 46,3 miljoen. De invloed op de actuele dekkingsgraad is een verlaging met 0,66%–punt. 

Ook heeft het pensioenfonds de correctiefactoren op de sterftekansen geactualiseerd. De impact van de wijziging zorgt voor een verlaging van de technische voorziening met € 4,7 miljoen. De invloed op de actuele dekkingsgraad is een verlaging met 0,07%–punt. 

Tot slot is de AOW-leeftijd verhoogd van 67 jaar naar 67 jaar en drie maanden, dit heeft gevolgen voor de premievrijstelling en de ingegane tijdelijke uitkeringen die lopen tot de AOW-leeftijd. De impact van de wijziging zorgt voor een verhoging van de voorziening pensioenverplichtingen van € 2.312 duizend en een negatief effect op de dekkingsgraad van verlaging met 0,04%–punt. 

Wijziging uit hoofde overdracht van rechten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Toevoeging aan de technische voorziening   5.728   3.151
Onttrekking aan de technische voorziening   -16.884   -3.692
Totaal   -11.156   -541

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Resultaat op kanssystemen:        
- Sterfte   -7.138   -11.875
- Arbeidsongeschiktheid   -1.779   1.344
- Mutaties   51.926   48.469
Overige technische grondslagen   -1.403   -3.038
Totaal   41.606   34.900

Het resultaat op sterfte is in 2022, net als in 2021, relatief hoog. Deelnemers leefden korter dan verwacht.

De 'mutaties' bestaan voornamelijk uit de omzetting van DC naar DB als gevolg van uitdiensttredingen en pensioneren. In de overige technische grondslagen is onder andere de waarde van de garantie voor de 0%-garantieregeling verwerkt. De mutatie van de 0%-garantieregeling betreft in 2022 een afname van € 1,0 miljoen.

De voorziening voor pensioenverplichtingen, exclusief het herverzekerde deel van de technische voorziening en de overige technische voorziening is naar categorieën ultimo 2022 als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022       31-12-2021    
                 
    Voorziening   Aantallen   Voorziening   Aantallen
                 
Actieven   1.314.404   10.656   1.882.501   11.497
Gewezen deelnemers   2.385.569   39.003   3.320.044   39.266
Pensioengerechtigden   3.777.618   23.243   4.271.120   22.445
Totaal   7.477.591   72.902   9.473.665   73.208

Korte beschrijving pensioenregeling
De pensioenregeling betreft een gecombineerde regeling. Tot het salarisdeel van € 45.378 betreft het een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling (artikel 10 Pensioenwet: uitkeringsovereenkomst) en vanaf € 45.378 betreft het een beschikbare-premieregeling (artikel 10 Pensioenwet: premieovereenkomst).

De pensioenleeftijd bedraagt 68 jaar, uitstel en vervroeging is mogelijk en er is geen sprake van een toetredingsleeftijd.

Jaarlijks wordt in de middelloonregeling een aanspraak op ouderdomspensioen opgebouwd van 1,875% van de in dat jaar geldende pensioengrondslag. Het pensioengevend salaris betreft het vaste maandsalaris, verhoogd met 75% van het cao-budget. Daarnaast zijn bepaalde variabele en vaste salariscomponenten pensioengevend. De franchise bedraagt voor 2022 € 14.802 en met ingang van 2022 is er sprake van een maximum pensioengevend salaris van € 114.866.

De beschikbare-premieregeling heeft een leeftijdsafhankelijke staffel. Het saldo wordt voor (gewezen) deelnemers omgezet op de pensioendatum tegen de dan geldende omzettingsfactoren. Het bestuur is bevoegd om deze omzettingsfactoren aan te passen. De inkooptarieven voor de BPR- en de IPS-regeling worden vastgesteld op de maandelijks gepubliceerde rentetermijnstructuur.

Er is sprake van een recht op nabestaanden- en wezenpensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Jaarlijks beslist het bestuur van het pensioenfonds de mate waarin over de opgebouwde aanspraken toeslag wordt verleend.

Toeslagverlening
De toeslagen op pensioenrechten en pensioenaanspraken worden jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het pensioenfonds. Er bestaat een ambitie om jaarlijks de pensioenrechten en pensioenaanspraken aan te passen. De daadwerkelijke toeslag in een jaar is voorwaardelijk en is afhankelijk van de hoogte van de beschikbare middelen. De toeslag bedraagt maximaal de stijging van de consumentenprijsindex (cpi) voor alle bestedingen (afgeleid) over de periode september-september, zoals vastgesteld door het CBS.

Er is geen recht op toekomstige toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst wordt geïndexeerd. Het pensioenfonds heeft geen geld gereserveerd voor toekomstige toeslagen. Toeslagen zijn afhankelijk van de middelen van het pensioenfonds, en daarvoor zijn beleggingsresultaten een belangrijk element.

Het bestuur heeft op basis van de financiële positie en het toeslagbeleid besloten per 1 januari 2023 een gedeeltelijke toeslag te verlenen, 10,50% voor de actieve deelnemers en 11,82% voor pensioengerechtigden en gewezen deelnemers.

Inhaaltoeslagen
Onder bepaalde omstandigheden kunnen inhaaltoeslagen worden toegekend. Inhaaltoeslagen zijn toeslagen die worden toegezegd, voor zover in het verleden niet voor 100% is geïndexeerd. Om inhaaltoeslagen te kunnen toekennen is een hoge dekkingsgraad vereist. Het bestuur van het pensioenfonds geeft in zijn jaarrekening elk jaar een specificatie van het verschil tussen de volledige en de werkelijk toegekende toeslagen.

De percentages uit het verleden van het pensioenfonds en ondernemingspensioenfonds KPN zijn naar rato samengevoegd opgenomen.

Actieve deelnemers   Volledige
toeslag-
verlening
  Toegekende
toeslagen
  Verschil   Cumulatief
verschil (t.o.v.
ambitie)
                 
2013   2,13%   0,00%   2,13%   8,25%
2014   1,08%   0,34%   0,74%   9,05%
2015   0,57%   0,38%   0,19%   9,26%
2016   0,39%   0,00%   0,39%   9,69%
2017   -0,01%   0,00%   -0,01%   9,68%
2018   1,47%   0,74%   0,73%   10,48%
2019   1,47%   1,11%   0,36%   10,87%
2020   1,64%   0,41%   1,23%   12,24%
2021   0,99%   0,11%   0,88%   13,23%
2022   2,57%   2,57%   0,00%   13,23%
2023   17,16%   10,50%   6,66%   20,77%

Het toeslagpercentage is bepaald over het lopende boekjaar en gaat in per 1 januari van het daaropvolgende jaar.

Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden   Volledige
toeslag-
verlening
  Toegekende
toeslagen
  Verschil   Cumulatief
verschil (t.o.v.
ambitie)
                 
2013   2,13%   0,00%   2,13%   8,79%
2014   1,33%   0,42%   0,91%   9,78%
2015   0,82%   0,55%   0,27%   10,08%
2016   0,64%   0,00%   0,64%   10,78%
2017   -0,01%   0,00%   -0,01%   10,77%
2018   1,47%   0,81%   0,66%   11,50%
2019   1,47%   1,16%   0,31%   11,85%
2020   1,64%   0,48%   1,16%   13,14%
2021   0,99%   0,13%   0,86%   14,11%
2022   2,57%   2,57%   0,00%   14,11%
2023   17,16%   11,82%   5,34%   20,20%

Het toeslagpercentage is bepaald over het lopende boekjaar en gaat in per 1 januari van het daaropvolgende jaar. 

Herverzekeringsdeel technische voorzieningen

Het pensioenfonds heeft herverzekeringscontracten afgesloten met betrekking tot het risico van arbeidsongeschiktheid. De mutatie van het herverzekeringsdeel technische voorzieningen wordt hieronder toegelicht.

Mutatie overzicht herverzekeringsdeel technische voorziening

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Stand per 1 januari   806   1.228
Overige actuariële wijzigingen   -155   -422
Stand per 31 december   651   806

De herverzekerde voorziening bestaat uit 2 onderdelen:

  • het herverzekerde risico van huidige arbeidsongeschikte deelnemers van voormalige KPN Contact, ter grootte van circa € 0,5 miljoen;
  • de contante waarde van ingegane en herverzekerde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van één deelnemer van het voormalige OPF en twee deelnemers vanuit de CWO van SVG, ter grootte van € 0,1 miljoen.

8. Overige technische voorzieningen

Voorziening voor arbeidsongeschiktheid

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Stand per 1 januari   14.161   14.192
Overige actuariële wijzigingen   -1.583   -31
Stand per 31 december   12.578   14.161

Deze voorziening betreft de voorziening voor ingegane ziektegevallen. De voorziening heeft overwegend een langlopend karakter. De voorziening voor arbeidsongeschiktheid is gelijk aan twee keer de risicopremie uit de premiestelling van het komende jaar. 

De pensioenregeling voor risico deelnemers is een beschikbare-premieregeling (premieovereenkomst). De regeling is bedoeld voor deelnemers met een salaris boven de BPR-grens.

De premie is gebaseerd op een leeftijdsafhankelijke premiestaffel en wordt jaarlijks ingelegd in de door vermogensbeheerder Aegon AM uitgevoerde regeling. Het pensioenfonds ontvangt jaarlijks de premie van de werkgever en maakt deze over aan de vermogensbeheerder. De deelnemer betaalt geen aankoop en/of verkoopkosten. De kosten van beleggen (total expense ratio) worden direct verrekend in het rendement. Deze beleggingskosten zijn afhankelijk van het depot waarin wordt belegd.

De hoogte van de beleggingsrendementen (en daarmee het te bereiken eindkapitaal) is naast de premie afhankelijk van het door de deelnemer geselecteerde beleggingsprofiel en de binnen dit profiel aangekochte beleggingen. Het uiteindelijk te bereiken kapitaal is hiermee onzeker en volledig voor risico van de deelnemer.

Per 1 september 2016 is de Wet Verbeterde Premieregeling (WVP) in werking getreden. Dit betekent dat een deelnemer aan een beschikbare premieregeling, die op of na 1 september 2016 met pensioen gaat, mag kiezen voor een variabele uitkering.

Het pensioenfonds biedt per 1 januari 2019 de mogelijkheid om een variabele pensioenuitkering in te kopen. Dit betekent ook dat vanaf 1 januari 2019 de deelnemer geen mogelijkheid meer heeft om met het opgebouwde BPR- kapitaal te shoppen buiten het pensioenfonds.

De deelnemers die vanaf 1 januari 2019 met pensioen gaan (en een BPR/IPS-kapitaal hebben) krijgen de keuze voorgelegd om op de pensioendatum te kiezen tussen een stabiele of een variabele uitkering.

Tussentijds opnemen van het kapitaal anders dan door middel van een waardeoverdracht is niet mogelijk.

Ultimo 2022 bedraagt de waarde van de WVP-regeling € 33 miljoen.

9. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemer

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Stand per 1 januari   1.376.233   1.264.439
Inleg en stortingen   26.621   25.837
Uitkeringen en onttrekkingen   -52.643   -52.132
Beleggingsresultaten risico deelnemers   -281.989   138.089
Stand per 31 december   1.068.222   1.376.233

De "uitkeringen en onttrekkingen" bestaan voornamelijk uit de omzetting van DC naar DB als gevolg van uitdiensttredingen en pensioneren.

10. Langlopende schulden

Premiedepot

(bedragen x € 1.000)   2022   2021
         
Stand per 1 januari   110.399   128.592
Totaal toegevoegde premie   104.254   109.758
Rendement in boekjaar   -11.618   257
    203.035   238.607
Gedempte kostendekkende premie t.b.v. het resultaat   -118.363   -124.718
Nog te verrekenen met premiedepot   -224   -316
Onttrekking t.b.v. solvabiliteitsopslag pensionering   -1.924   -3.174
Stand per 31 december   82.524   110.399

De totale premie die door de werkgevers in 2022 is gestort in het premiedepot bedraagt € 104,3 miljoen. De gedempte kostendekkende premie is uit het premiedepot onttrokken. In de totale premie is ook een bedrag opgenomen aan voorlopige afrekening 2022. Het deel van dit bedrag dat toegerekend moet worden aan het premiedepot wordt bepaald op basis van de gedempte kostendekkende premie. Op het moment dat deze definitief is bepaald, vindt nog een afrekening plaats.

In 2022 is een bedrag van € 1.924 onttrokken t.b.v. de financiering van de inkoop van de solvabiliteitsopslag van KPN-deelnemers bij de omzetting van DC-saldi bij pensioneren.

11. Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Derivaten   1.463.304   232.287
Totaal   1.463.304   232.287

Een uitgebreide toelichting inzake de derivatenpositie is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.

12. Overige schulden en overlopende passiva

(bedragen x € 1.000)   31-12-2022   31-12-2021
         
Belastingen en premie sociale verzekeringen   5.204   5.433
Schulden inzake beleggingen   14.696   62.695
Vooruitontvangen posten   23   73
Schuld aan de werkgever   0   972
Overige schulden en overlopende passiva   5.652   1.909
Totaal   25.575   71.082

De post 'Belastingen en premie sociale verzekeringen' betreft de nog af te dragen loonheffing, die maandelijks achteraf overgemaakt wordt naar de belastingdienst.

De schulden inzake beleggingen betreffen de kosten van nog af te wikkelen transacties.

De vooruit ontvangen posten bestaan uit een vooruit ontvangen uitkering herverzekering van 1 deelnemer.

In 2022 is sprake van een vordering op de werkgever inzake de premieafrekening 2022. De schuld aan de werkgever heeft in 2021 betrekking op de premieafrekening 2021. 

De overige schulden en overlopende passiva bestaan voornamelijk uit de overlopende kosten over het boekjaar 2022 van € 3,8 miljoen, de openstaande crediteuren van € 0,5 miljoen, de schuld inzake niet opgevraagd pensioen van € 0,9 miljoen en de schuld inzake afkoop klein pensioen van € 0,4 miljoen. De openstaande crediteuren hebben voornamelijk betrekking op kosten TKP (€ 0,3 miljoen), bestuurskosten (€ 0,1 miljoen) en advieskosten (€ 0,1 miljoen).

Alle schulden hebben een resterende looptijd korter dan één jaar.

Versie:
v6.2.23

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report